text stringlengths 33 2.94k |
|---|
Hoofdstuk 4 uit boek CGT de basisvaardigheden E ten Broeke, Boom Uitgeverij, tweede druk 2008. |
De socratische methode en het g-schema |
Inleiding. De socratische methode is een onderzoeksgesprek waarin via stapsgewijze geleide ontdekking relevante opvattingen die aan de klachten ten grondslag liggen opgespoord en kritisch onderzocht kunnen worden. Irreכle opvattingen worden geןdentificeerd en gewijzigd in nieuwe, meer realistische opvattingen. Vervolge... |
De socratische methode is, in combinatie met gedragsexperimenten, wellicht belangrijkste interventiemethode in de cognitieve therapie in de traditie Aaron Beek. Deze methode sluit aan bij de grondhouding van cognitieve therapie: door vragen te stellen kunnen gedachten worden geכvalueerd en zo nodig worden bijgesteld, P... |
Cliכnten worden tijdens een behandeling met cognitieve therapie geholpen om hun gedachten bloot te stellen aan kritisch onderzoek. De methode van het socratisch dialoog is zodoende het denkgereedschap waarmee de cliכnt leert werken. Na een succesvolle cognitieve therapie zijn niet alleen zijn disfunctionele opvattingen... |
De socratische methode wordt overigens niet alleen in de filosofie en psychotherapie maar ook in het onderwijs en in coachings- of adviesgesprekken toegepast. In dit hoofdstuk worden na een korte kennismaking met Socrates, de grondlegger van de socratische methode, de specifieke kenmerken van deze methode besproken. Ve... |
Socrates; ken uzelf. De socratische methode is genoemd naar Socrates, waarschijnlijk de meest invloedrijke filosoof in de geschiedenis van de westerse filosofie. Socrates leefde in Athene van circa 470 tot 399 voor Christus en was de leermeester van Plato en Aristoteles. Socrates zelf heeft geen artikelen of boeken ges... |
Varianten van de socratische methode. Er bestaan twee varianten van de socratische methode; de Aristoteles- en Nelsonvariant. Van deze twee is de Aristotelesvariant, die frequent in televisieprogramma's wordt toegepast, het bekendst. In de jaren tachtig maakte Marcel van Dam deze variant populair in de televisieserie D... |
De tweede variant van de socratische methode is de Nelsonvariant. Deze variant werkt volgens regressieve abstractie. Aan de hand van ייn concrete situatie die de cliכnt persoonlijk ervaren heeft, is het de taak van de therapeut om de cliכnt te helpen een onderzoek te doen naar de opvattingen die ten grondslag liggen aa... |
Kenmerken van de socratische methode. De socratische methode heeft de volgende kenmerken: (1) het is een onderzoeksgesprek, (2) in de vorm van een dialoog met geleide ontdekking, waarin (3) via het stellen van vragen, vanuit een oprechte intellectuele nieuwsgierigheid kennis die al aanwezig is opgespoord en onderzocht ... |
Onderzoeksgesprek. Een socratisch gesprek is een onderzoeksgesprek. Het richt zich allereerst op het opsporen van de relevante opvattingen die verband houden met een probleem (disfunctionele opvattingen) en onderzoekt vervolgens de geloofwaardigheid van de geselecteerde opvatting. Cliכnt en therapeut vormen een onderzo... |
Het herhaalde onderzoek naar de geloofwaardigheid van opvattingen leidt tot het meer klakkeloos voor waar aannemen van gedachten die waar aanvoelen. Hierin ligt wellicht mede de verklaring voor het terugvalvoorkomend effect van cognitieve therapie; gedachten worden na verloop van tijd steeds meer gezien als gebeurtenis... |
Geleide ontdekking: zelf ontdekken. Het zelf ontdekken is het meest essentiכle kenmerk van de socratische methode. Het wordt 'geleide ontdekking' genoemd omdat de therapeut aanvankelijk hulp biedt bij het identificeren van de disfunctionele opvattingen. In therapie, maar ook in de opvoeding of in het onderwijs blijkt v... |
Het zelf ontdekken veronderstelt, zoals Socrates dit bij mensen openbaarde, dat de cliכnt de kennis in zich heeft maar daar niet makkelijk bij kan of geen methode heeft om die kennis te gebruiken. Kessels formuleert het als volgt: 'in ons gedrag, ons handelen ligt vaak kennis opgeslagen die we ons niet bewust zijn, die... |
Het zelf onderzoeken en het zelf ontdekken van gehele of gedeeltelijke ongeloofwaardigheid van gedachten of opvattingen is essentieel voor het komen tot meer houdbare functionele opvattingen die op hun beurt weer leiden tot verandering van het gedrag. |
Geleide ontdekking: de therapeut als gids. Bij dit zelf ontdekken is de rol van de therapeut te vergelijken met die van een gids. In de Rationeel Emotieve Therapie is dit een gids met een overtuigende of didactische stijl die heel precies de route bepaalt en via een aantal logische stappen de cliכnt laat inzien waarom ... |
Andere gesprekvormen kenmerken zich door: - Adviezen en oordelen geven; - Overtuigen; - Discussiכren; - Snel spreken en denken; - Het standpunt van de ander ondergraven; - Vanuit de eigen visie denken. |
De socratische methode legt juist de nadruk op: - Oordelen uitstellen; - Onderzoeken en toetsen; - Gedachten uitwisselen; - Langzaam spreken en langzaam denken; - Samenwerken; - Denken vanuit het perspectief van de ander. |
De therapeut beschikt vaak over nuttige kennis, bijvoorbeeld vanuit ervaringen met andere cliכnten met soortgelijke problemen en vanuit de vakliteratuur, maar uit zich daarover zo min mogelijk om de cliכnt de gelegenheid te geven, via gerichte vragen, tot eigen inzicht te komen. De inbreng van de therapeut spitst zich ... |
Vragen stellen De socratische methode verloopt via het stellen van verduidelijkende vragen om cliכnt en therapeut inzicht te laten krijgen in de vaak verborgen en fragmentarische kennis van waaruit de cliכnt functioneert. In tegenstelling tot vragen die therapeuten (of interviewers) stellen om zelf informatie te krijge... |
De kwaliteit van de vragen en het moment waarop ze worden gesteld bepalen de effectiviteit van het denken. Effectief denken is hier synoniem voor kritisch denken. Daarom stelt de therapeut in de socratische methode steeds - nauw aansluitend op de inbreng van de cliכnt - specifieke vragen, vragen die heel precies passen... |
Bij elk onderdeel van het gesprek passen specifieke vragen. Allereerst het vragen om verheldering van het probleem of een aspect daarvan. Vervolgens het vragen naar achterliggende gedachten of opvattingen. Een volgende serie vragen is gericht op feiten en argumenten die pleiten voor of tegen de meest centrale gedachte.... |
De socratische methode volgens het g-schema. Zoals eerder gezegd is de kern van de cognitieve therapie: verander de gedachte en je verandert het gevoel en het gedrag. Om dat te bereiken moet de cliכnt leren om zijn eigen opvattingen nauwkeurig waar te nemen op het moment dat ze opkomen, ze kritisch te beoordelen en waa... |
In dit boek wordt gebruik gemaakt van een uitgebreidere en gewijzigde versie g-schema van Beek. Deze versie is door Greenberger en Padesky ontworpen. Zij hebben twee rubrieken aan het g-schema toegevoegd, namelijk: (6) argumenten die voor een bepaalde opvatting pleiten en gedachten die tegen een bepaalde opvatting plei... |
Bovendien past deze uitgebreidere procedure beter bij de gangbare opvatting dat een wetenschappelijke en juridische werkwijze, waarbij de argumenten voor en tegen naast elkaar worden gezet en afgewogen, leidt tot een gebalanceerder eindproduct, te weten een nieuwe realistische, functionele overtuiging. De vergelijking ... |
Hieronder wordt dit nader uitgewerkt.: Het g-schema (zie schema 1) bestaat in feite uit twee delen. In het eerste deel gaat de cliכnt bijhouden welke problematische situaties zich in de loop van de tijd voordoen. Sommige van deze voorbeelden worden zodanig uiteengerafeld dat duidelijk wordt wat (1) precies de problemat... |
Introductie van het g-schema aan de cliכnt. Nadat de therapeut een eerste analyse heeft gemaakt van de problematiek van de cliכnt wordt het g-schema geןntroduceerd. In de regel is dat na het eerste of eventueel tweede (intake) gesprek. In feite wordt het schema voorgesteld als een registratieopdracht. Immers, met behul... |
In de eerste fase van de therapie beperken therapeut en cliכnt zich tot de eerste drie stappen. Hoe lang deze fase duurt is erg wisselend. Soms kan reeds na twee zittingen worden begonnen met de volgende stappen in het g-schema. In andere gevallen gaan hier soms wel zeven of acht zittingen overheen. Centraal staat dat ... |
De cliכnt krijgt na deze uitleg over het g-schema de instructie bij het vervolg van de therapie zo volledig mogelijk ingevulde g-schema's mee te nemen. Meer specifiek is de instructie dat een schema moet worden ingevuld wanneer zich een situatie voordoet waarin het probleem van de cliכnt speelt. Het gaat dus niet of in... |
Enkele specifieke suggesties zijn hier op zijn plaats. Het verdient aanbeveling de cliכnt tijdens de zittingen zelf te laten schrijven, de therapeut kan er later altijd een kopie van maken. De cliכnt doet op deze manier zelf ervaring op met het invullen van het schema, hetgeen de drempel om ook thuis met de schema's in... |
Mocht de cliכnt desondanks op een afspraak verschijnen zonder ingevuld schema dan is het aan te raden om er ter plekke alsnog een in te laten vullen. Bijvoorbeeld van een moment waarop werd geprobeerd een schema in te vullen, maar waarbij de poging uit (bijvoorbeeld) angst het niet goed te doen werd gestaakt. Vanaf het... |
Schema 1. Het g-schema. Gebeurtenis: Wanneer was het? Waar was je? Wat wasje aan het doen? Wie was/waren erbij? Gevoel en gedrag: Beschrijf het gevoel of de gevoelens die je had in ייn woord. Hoe intens was/waren dit/deze gevoel(ens) op een schaal van 0 tot 100%? Automatische gedachten (of beelden: Beantwoord de volgen... |
Rubriek: gebeurtenis: De socratische methode start met de selectie van ייn situatie die kenmerkend is voor de problematiek van de cliכnt. Een situatie waarin alle relevante aspecten van het gebruikelijke reactiepatroon aanwezig zijn. Dat kan een oude situatie zijn die nog vers in het geheugen ligt, een recente gebeurte... |
De socratische methode en het g-schema: Wanneer een cliכnt last heeft van depressieve klachten, zal de leidraad zijn; ervaringen die somberheid oproepen, waarvan de cliכnt beoordeelt dat deze somberheid of (1) niet passend is (een andere emotie zou meer passend zijn) of (2) te heftig is (de emotie zelf is passend maar ... |
Deze gebeurtenis, waarover cliכnten vaak uitvoerig kunnen vertellen, wordt nader belicht. Er wordt ingezoomd op het meest cruciale moment, de tijd wordt als het ware stilgezet. De cliכnt wordt gevraagd in een of enkele zinnen een exacte beschrijving te geven van wat hij of zij dan via de zintuigen waarneemt. De therape... |
- Als je de gebeurtenis als een film voor je ziet (pauze) en je zet de band stil op het meest nare moment. Wat zie je? Wat hoor je? Wat merk je (bij interoceptieve aanleidingen) in je lichaam? - Beschrijf me exact in een of twee zinnen waar het om draait, wat je in de gebeurtenis het meest raakt. - Beschrijf in twee of... |
De beschrijving bevat gewoonlijk visuele en auditieve informatie. Bij angst voor medische calamiteiten staan kinesthetische ervaringen zoals hartkloppingen en benauwdheid op de voorgrond. Bij sociale interacties is het goed om de naam van de ander(en) en de letterlijke woorden die gesproken werden te laten noemen. |
Tip: voorkom lange verhalen, houd het kort en krachtig. Stel alleen aanvullende vragen en maak alleen meelevende opmerkingen als dat absoluut noodzakelijk is. |
Rubriek: gevoel en gedrag: De volgende stap is het vaststellen van het gevoel dat ervaren werd bij de geselecteerde gebeurtenis. In de cognitieve therapie wordt het begrip 'gevoel' veel nauwkeuriger gebruikt dan in het dagelijkse taalgebruik, waar vaak gevoel gesproken wordt terwijl het om een opvatting gaat, Bijvoorbe... |
Vragen die bij de rubriek Gevoel en gedrag gesteld kunnen worden; - Welk gevoel, (bang-boos-bedroefd) heb je op het meest nare moment in deze gebeurtenis? (De therapeut herhaalt hier de zin(nen) uit de vorige rubriek.)- Beschrijf het gevoel dat je had met ייn woord. |
In complexere probleemsituaties lijken er vaak meerdere gevoelens tegelijk te spelen. Bij het nauwkeurig waarnemen hiervan blijken gevoelens elkaar op te volgen en kan voor elk gevoel een ander moment in de gebeurtenis geselecteerd worden. Een verlegen cliכnte ervaart bijvoorbeeld eerst angst en volgens somberheid. De ... |
Tip: een gevoel is disfunctioneel wanneer het: 1. op zich niet past bij de desbetreffende situatie en/of; 2. qua heftigheid niet in verhouding staat tot de aanleiding en/of; 3. het functioneren overmatig belemmert en/of; 4. aanleiding is voor ongewenst gedrag. |
Bij twijfel kan op basis van de informatie die de therapeut over de cliכnt heeft verzameld bij het opstellen van de casusconceptualisatie meestal wel bepaald worden welk gevoel en bijbehorende gedachten uitgangspunt moeten zijn voor het verdere onderzoek. Bij de eerdergenoemde verlegen cliכnte bijvoorbeeld viel de keuz... |
Naast het weergeven van het gevoel is er in deze rubriek ruimte voor beschrijven van het gedrag in de relevante situatie. Ook hier gaat het om gedrag dat essentieel is in deze gebeurtenis en dus direct gerelateerd is het gevoel dat als target gekozen is. De koppeling is gelegen in het uitgangspunt dat het gedrag een ge... |
Mensen hebben constant gedachten en beelden in het hoofd. Voor het merendeel van de tijd ontstaan die gedachten automatisch oftewel ze komen op en verdwijnen weer zonder dat we dat zo gepland hebben. In tegenstelling tot het planmatig denken zijn wij ons niet of maar gedeeltelijk bewust van onze gedachten. Voor zover z... |
Stap 1: breng de relevante gedachten in kaart: Cliכnten rapporteren vaak een hoeveelheid aan gedachten in verschillende varianten. Voorbeelden hiervan zijn: oh... jee, wat erg!, dit gaat fout!, waarom moet mij dit weer overkomen?, ik moet hier weg!, waar haalt hij het lef vandaan?, dit lukt nooit! Deze gedachten zijn n... |
Bij uitroepen en zinnen met ontbrekende delen wordt de 'want'-vraag gesteld. Bijvoorbeeld: Cliכnt: Als hij maar geen praatje met me aanknoopt, dan voel ik me rot. Therapeut: Want? Cliכnt: Dan weet ik niks zinnigs te zeggen |
Bij een gedachte in de vorm van een vraag, bijvoorbeeld: 'wat heb ik verkeerd gedaan?', kan gevraagd worden: 'wat is daarop je antwoord, als je luistert naar je gevoel?'. Er kan ook een stelling van gemaakt worden: 'ik heb iets verkeerd gedaan'. Het is immers niet de vraag die angstig, boos of bedroefd maakt, maar het ... |
De zogenaamde neerwaartse-pijltechniek ook wel 'de ladder van gevolgtrekkingen' genoemd, is een handig middel om de achterliggen gedachten helder te krijgen. De therapeut stelt verdiepende vragen: - Stel dat X (herhaal de laatste uitspraak/gedachte) waar zou zijn, wat zou er daarna gebeuren? En als Y plaatsvindt, wat z... |
Er zijn twee typen verdiepende vragen: vragen naar de volgende stap in negatieve gevolgen (rampscenario, vooral bij angst) en vragen naar de persoonlijke negatieve betekenis van iets (vooral bij somberheid en/of woede). Angstgedachten hebben vaak betrekking op de toekomst. Er is sprake van dreigend gevaar. De kans dat ... |
Gedachten die gerelateerd zijn aan somberheid behelzen doorgaans een opvatting verlies lijden (werk, partner) en/of tekortschieten, niet aan eisen voldoen of schuldig zijn. Een negatieve (zelf) evaluatie en een sombere toekomstvoorspelling zijn hier kenmerkend. Het accent in de vraagstelling ligt meer op de betekenis d... |
Een voorbeeld: Therapeut: Wat zou er kunnen gebeuren wanneer je met alles wat je doet, controleert? Cliכnt: Dan zou ik fouten kunnen maken Therapeut: En indien je fouten maakt, wat zou er dan kunnen gebeuren? Cliכnt: Tja, dan zal dat worden ontdekt. Therapeut: En dan? Cliכnt: Dan zou ik ontslagen kunnen worden. Therape... |
Er wordt in deze rubriek dus steeds gezocht naar de centrale opvatting, de sleutelgedachte, die gedachte of redenering die begrijpelijk maakt dat de cliכnt in deze situatie zo heftig (emotioneel) reageert. |
Alvorens verder te gaan met de rubrieken Argumenten voor en Argumenten tegen, is het van belang om na te gaan of de geselecteerde gedachte inderdaad leidt tot het corresponderende gevoel dat de cliכnt bij de rubriek Gevoel heeft geselecteerd. Overigens is dit meestal een opvatting die herkenbaar is vanuit de gegevens u... |
Stap 2: selecteer de B.A.N.G. Uit de automatische negatieve gedachten moet de belangrijkste geselecteerd worden. In de literatuur worden meestal procedures beschreven waarbij alle (relevante) gedachten uitgedaagd worden. Wij prefereren de werkwijze van Greenberger en Padesky, en selecteren de Belangrijkste Automatische... |
Greenberger en Padesky stellen voor om de emotionele lading van respectievelijke automatische gedachten stuk voor stuk een score te geven in de vorm van een percentage. De opvatting met de hoogste score wordt dan geselecteerd. Het is onze ervaring dat dit zelden nodig is. Het simpelweg vragen naar de belangrijkste opva... |
Bij een verkeerde keuze lopen therapeut en cliכnt het risico om tijd verspillen. Ter controle is het daarom goed om een samenvatting te geven van het resultaat van de denkstappen tot nu toe. Dat kan er als volgt uitzien: |
Therapeut: In de situatie Verjaardag' (herhalen van de beschrijving in de betreffende rubriek ervoer je het gevoel 'angst'. Dit gevoel houdt verband met de opvatting: straks zien ze dat ik gespannen ben en vinden ze me gek, klopt dat? |
Na een (non-verbale) bevestiging door de cliכnt van deze samenvatting zet het onderzoek zich voort met de stappen van de bewijsvoering voor en tegen. |
Disfunctionele-denkpatronenlijst: |
-Dichotoom of zwart-wit denken: situaties worden in uitersten beoordeeld in plaats van op een continu�m. De gedachtegang wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van woorden als 'altijd', 'iedereen', 'alles', 'nooit'. Een sociaal fobicus kan de gedachte hebben: iedereen ziet dat ik rood word, terwijl een depressieve cliכn... |
- Catastroferen of de toekomst rampzalig voorspellen: van toekomstige situaties wordt absoluut zeker gedacht dat ze negatief zullen aflopen, waarbij aan alternatieve scenario's voorbij wordt gegaan. Een cliכnt met een paniekstoornis heeft bijvoorbeeld de cognitie: als ik naar de bioscoop ga, krijg ik een hartaanval, ee... |
-Emotioneel redeneren: gevoelens worden als bewijs beschouwd voor de juistheid van een gedachte, waarbij tegengesteld bewijs genegeerd of onderschat wordt: ik weet wel dat ik ook veel dingen goed doe, maar toch voel ik me een mislukkeling. |
-Labelen of stickers plakken: er wordt snel een globaal, negatief oordeel over de eigen persoon geveld, zonder in ogenschouw te nemen dat het bewijs redelijkerwijs tot een minder desastreus oordeel zou kunnen leiden. Sombere cliכnten beschouwen zichzelf bijvoorbeeld meteen als loser of mislukkeling als iets niet lukt. |
-Selectief abstraheren of mentaal filteren: de aandacht wordt uitsluitend op negatieve details van een situatie of persoon gericht, waardoor de hele situatie of persoon negatief beoordeeld wordt. Een cliכnt die een keer een huiswerkopdracht niet heeft gemaakt voor een sessie, denkt op basis hiervan: de hele week is mis... |
- Gedachtelezen: de gedachten van anderen worden ingevuld, waarbij mogelijke alternatieve verklaringen niet overwogen worden. Een gapende gesprekspartner interpreteren als; zie je wel, hij vindt me saai, is hiervan een voorbeeld. Aan de mogelijkheid dat de ander moe is, slecht geslapen heeft, of onbeleefd is, wordt voo... |
- Overgeneraliseren: op grond van ייn of enkele ervaringen worden overmatig negatieve conclusies getrokken. Een faalangstige cliכnt kan na het behalen van een onvoldoende denken: ik kan toch niet leren, ik ben te dom voor deze school. |
- Personalisatie: gebeurtenissen of gedrag van anderen worden sterk op de eigen persoon betrokken: mijn chef was natuurlijk chagrijnig omdat ik die fout heb gemaakt. |
- 'Moet'-denken: exacte, vaststaande regels en eisen worden gehanteerd ten aanzien van de eigen persoon en/of anderen, waarbij het niet voldoen aan de eisen als verschrikkelijk wordt geןnterpreteerd. Een cliכnte met boulimia nervosa hanteert de gedachtegang: ik mag niet dik zijn, anders ben ik onaantrekkelijk. Een cliכ... |
- Kans overschatten: de kans op het optreden van een gevreesde gebeurtenis wordt overschat. Een hondenfobicus denkt bij elke hond die hij zie die gaat me zeker bijten. Een hypochondrische cliכnt heeft bijvoorbeeld de overtuiging dat de kans dat hoofdpijn betekent dat hij een hersentumor heeft 80% is. |
- Negatief denken: neutrale of zelfs positieve gebeurtenissen worden negatief geןnterpreteerd. Zo kan een cliכnt denken: ze zullen me wel zielig vinden, wanneer hij mee uit gevraagd wordt. Een ander voorbeeld is cliכnt die na afronding van een opdracht denkt: het was puur geluk ik dat goed deed, het betekent niet dat i... |
- Lage frustratietolerantie: denken een situatie of gebeurtenis absoluut niet kunnen verdragen of uithouden. Een cliכnt met een obsessieve-compulsieve stoornis denkt het niet te kunnen verdragen als hem gevraagd zou worden de voordeur nog maar ייn keer te controleren in plaats van drie keer (zoals hij altijd doet). Een... |
- Dubbele standaard hanteren of met twee maten meten: voor de eigen persoon rigide, strenge regels hanteren, die voor anderen niet gelden. De perfectionistisch ingestelde cliכnt vindt zichzelf een mislukkeling als hij een fout maakt, terwijl hij als een collega eenzelfde fout zou maken de gedachte hanteert: dat kan ied... |
- Overschatten en onderschatten of maximaliseren en minimaliseren: aan onplezierige ervaringen of eigenschappen wordt (relatief) veel betekenis toegekend, aan plezierige gebeurtenissen of eigenschappen (relatief) weinig. Een voorbeeld hiervan is de onzekere cliכnt die bij een gemiddelde beoordeling door zijn werkgever ... |
Rubriek: argumenten die de B.A.N.G. ondersteunen. De volgende drie stappen in de socratische methode doen denken aan een juridische procedure. De officier van justitie formuleert een aanklacht, draagt feiten aan die de schuld van de aangeklaagde moeten beargumenteren en verwijst naar het wetsartikel waarop de aanklacht... |
De argumenten die ervףףr pleiten zijn te vergelijken met de feiten die de officier van justitie (het OM) aandraagt. In deze rubriek worden deze argumenten een rij gezet. Vaak kunnen cliכnten, zeker als ze in de bijbehorende stemming zijn, moeiteloos allerlei redenen, argumenten, feiten, gegevens of ervaringen noemen di... |
Door de cliכnt met vragen steeds weer uit te nodigen om bewijsmateriaal aan te dragen, komt er gewoonlijk een reeks van argumenten op tafel. De cliכnt krijgt bij deze stap uitvoerig de gelegenheid om uit te spreken waarom hij zo sterk gelooft in de opvatting die onderzocht wordt. De therapeut moet in dit stadium geen d... |
Rubriek: argumenten die in strijd zijn met de B.A.N.G. De rubriek Argumenten tegen is bedoeld voor het zogenaamde ontlastende bewijsmateriaal. Hierin onderscheidt de socratische methode zich met name van het onderzoeken in de Rationeel Emotieve Therapie waarin de therapeut de cliכnt telkens confronteert met de argument... |
Een voorbeeld: Therapeut: Wat pleit er tegen de opvatting: als een bekende me aanspreekt weet ik niet wat ik moet zeggen? Cliכnt: Het hangt ook af van wie ik tegenkom, soms valt het wel mee. Therapeut: Prima, in welke situaties valt het wel mee? Cliכnt: Als het een kort contact is dan weet ik wel wat algemene dingen te... |
Door rustig en geduldig vragen te stellen en langzaam na te denken ontstaat er geleidelijk een lijst met feiten, ervaringen en argumenten die tegenwicht kunnen bieden aan die uit de vorige rubriek. Het is in deze fase dat eventuele denkgewoonten (zie hoofdstuk I) aan de orde kunnen worden gesteld. Deze denkgewoonten ku... |
Rubriek: realistische evenwichtige gedachte. Dit is de eindfase van het onderzoek, het moment waarop de feiten die voor en tegen pleiten nog eens kort de revue passeren en na enig denkwerk omgezet worden in een eindoordeel. Het eindoordeel wordt gevat in een Evenwichtige Nieuwe Gedachte (E.N.G.). Het is het moment waar... |
Een voorbeeld: Therapeut: Wij hebben je opvatting: 'als een bekende me aanspreekt weet ik niet wat ik moet zetten', kritisch onder de loep genomen. Welke conclusie doet nu, na ons onderzoek, het meest recht aan wat we gevonden hebben? Cliכnt: Als ik daar nu zo naar kijk denk ik dat de volgende opvatting beter klopt: 'i... |
De evenwichtige nieuwe gedachte, die het resultaat is van het onderzoek, heeft een aantal kenmerken: - Het is een uitspraak die logisch volgt uit het onderzoek. - Zij is verwoord in de taal van de cliכnt. - Zij past bij de oorspronkelijke disfunctionele opvatting: zij ligt in hetzelfde domein en is dus min of meer het ... |
Rubriek: het effect van de evenwichtige nieuwe gedachte. Het resultaat wordt beoordeeld in het licht van de gebeurtenis waarin het disfunctionele gevoel werd ervaren. Zo kan worden bepaald in welke mate het socratisch onderzoek succes heeft gehad en welke maatregelen er eventueel verder genomen moeten worden. Bovendien... |
Een voorbeeld: Therapeut: Denk nog eens terug aan die verjaardag en zeg tegen jezelf in gedachten: ook onder spanning kan ik gesprekken voeren. Laat dat eens goed tot je doordringen. Hoe angstig voel je je dan op dit moment als je dat opnieuw uitdrukt in procenten? Cliכnt: Uh, ik denk ongeveer 20%. Therapeut: Okי, hoev... |
De gebruikelijke procedure is dat de socratische methode enkele weken als huiswerkopdracht bij nieuwe situaties wordt toegepast. De geloofwaardigheid van de realistische gedachten neemt dan steeds verder toe. De volgende stap is veelal het opzetten van een serie gedragsexperimenten. Deze bieden de cliכnt de gelegenheid... |
Een lage geloofwaardigheid of een gevoel dat nauwelijks veranderd is, kan duiden op fouten in de methode. In dat geval dient de therapeut het proces nog eens kritisch onder de loep te nemen en eventueel het onderzoek rond een andere opvatting te vervolgen. Mogelijk is de verkeerde gedachte geselecteerd of is de echte B... |
Valkuilen Valkuil 1 De therapeut is 'trigger happy'. De therapeut heeft de neiging het werk uit handen van de cliכnt te nemen. De therapeut is ofwel ongeduldig ofwel te begaan met het geploeter van de cliכnt en gaat adviezen geven, overtuigen of uitleggen. De therapeut is met andere woorden 'trigger happy'. Het onderzo... |
Valkuil 2 De therapeut stelt onjuiste vragen. De therapeut stelt vragen die niet passen bij de betreffende stap in de methode. Bijvoorbeeld bij het inventariseren van de automatische gedachten vraagt hij naar de achtergrond van een cognitie: 'waarom denk je dat?', 'denk je in alle situaties zo?'. Het is van belang dat ... |
Valkuil 3 De therapeut raakt greep op de zitting kwijt. De therapeut is de regie over het gesprek kwijt en heeft de teugels niet meer in handen. De cliכnt krijgt uitvoerig de gelegenheid om uit te weiden. Er wordt veel gepraat maar er vindt geen grondig onderzoek plaats. Suggestie: werk volgens de structuur van de meth... |
Valkuil 4 Er wordt gewerkt met een globaal omschreven gebeurtenis. De gebeurtenis wordt niet concreet gemaakt. Het is onvoldoende duidelijk wat het moment is geweest dat leidde tot activering van de automatische gedachte. Vaak is er dan sprake van een opsomming van gedachten re gevoelens en wordt het lastig om de kern ... |
Valkuil 5 De geselecteerde gedachte raakt de kern niet. De geselecteerde gedachte zit er (net) naast. Bijvoorbeeld: als ik mijn baas vraag om opslag dan vindt ze me heel zakelijk. Het probleem zit hem niet zozeer in het 'heel zakelijk' maar in de veronderstelde afkeuring. Suggestie: vraag wat het betekent of waar het t... |
Valkuil 6 De geselecteerde gedachte bevat meerdere gedachten. De geselecteerde gedachte is een samenstelling van een aantal opzichzelfstaande gedachten. Bijvoorbeeld: mijn kinderen luisteren niet naar mij en ik kan dit niet veranderen, zie je wel ik ben een slechte moeder. Hier is in feite sprake van drie afzonderlijk ... |
Valkuil 7 Er wordt een onjuiste evenwichtige gedachte (E.N.G.) geformuleerd. De realistische gedachte heeft geen (directe) relatie met de geselecteerde automatische gedachte. Bijvoorbeeld, de oorspronkelijke gedachte is: ik doe het niet goed want het karwei schiet niet op. Realistisch alternatief: dat het karwei niet o... |
Valkuil 8 Er is meer dan ייn automatische gedachte geselecteerd. Er worden meerdere automatische gedachten in ייn g-schema onderzocht. Dit leidt tot een onoverzichtelijke situatie en oppervlakkig werken. Bovendien is het zonde van de tijd die besteed wordt aan 'perifere' cognities. Suggestie: selecteer de belangrijkste... |
Valkuil 9 De realistische gedachte is niet bondig genoeg. De realistische gedachte bestaat uit verschillende zinnen plus een actieplan. Bijvoorbeeld: als ik niet bel dan ben ik slecht, als ik nu niet bel dan maakt me dat niet slecht. Ik ga over de kwestie nadenken en maak een afspraak met mezelf wanneer ik haar wel bel... |
Het is beter om het voorgaande te zien als een tussenstap naar het realistische alternatief. Laat de cliכnt vervolgens een compacte realistische gedachte formuleren die als countergedachte ten opzichte van de disfunctionele gedachte kan worden gebruikt: 'of ik nu bel of niet, ik ben okי als persoon'. Een hulpvraag hier... |
Besluit In de regel ligt in het eerste deel van de therapie het accent sterk op g-schema. Later verschuift de aandacht vaak naar het beןnvloeden van intermediaire opvattingen, niet zelden met behulp van gedragsexperimenten en andere specifieke cognitieve interventies zoals meerdimensioneel evalueren, taartpunttechniek,... |
No dataset card yet
- Downloads last month
- 2