text
stringlengths
1
8.1k
path
stringclasses
465 values
source
stringclasses
2 values
Wel ja.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Hy mag zyn Besje zoenen.
vinc001pefr02_01
gold
Zo ik ze veeg.... Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
'k Zeg veegtze, of strak Sluit ik je weêr eens in 't gemak, Daar jy drie dagen lang te water En brood zult zitten.
vinc001pefr02_01
gold
Hoorje, Sater.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ja 'k hoor 'et.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Wel, waar wil dit heen?
vinc001pefr02_01
gold
Wie zal hier meester zyn van tweên?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Dat is niet duister om te raaden.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Ga, zie eens tot de Koks na 't braaden Van 't Achterboutje, en van 't Kappoen: Jy meugt dan straks jouw maaltyd doen Met Panvis, eer die gaat verlooren.
vinc001pefr02_01
gold
Geef hier die schoenen.
vinc001pefr02_01
gold
Veertiende tooneel.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen, de Flesch aan stukken smytende.
vinc001pefr02_01
gold
'k Brand van tooren!
vinc001pefr02_01
gold
En 'k loof, zo Job dit kwaad verdroeg, Dat hy van spyt aan 't raazen sloeg, En zeggen zou in deeze kwaalen: De Droes moet die Kozyn wel haalen, En bryz'len hem zo fyn als glas.
vinc001pefr02_01
gold
Vyftiende tooneel.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis, Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
‘IK koom hier nou juist recht van pas, ‘Om aan myn voorneem klem te geeven.
vinc001pefr02_01
gold
Tegens Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Foey jou: waar is je schaamt' gebleeven: Dat al de Buuren in de straet Staâg zien hoe datje Wyf jou slaat?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Wat zal ik doen, myn lieve Buurman?
vinc001pefr02_01
gold
Ze ziet my als een Leeuw zo zuur an, Als ik iets zeg; vermits Kozyn Haar dwingt om my zo straf te zyn.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Wat maakt hy toch tot uwent, deezen?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
't Geen dat van my gedaan moest weezen.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Ik heb hem straks, met zoetigheid, Eens onderhouwen, en gezeid Hoe al de Waereld hem beschuldigd, Dat hy jou dus met oneer huldigd; Maar hy, in plaats van te verslaan, Is spottend' van my afgegaan; Hy heeft zyn kneevels opgestreeken, En zei, dat hy jouw Vrouw moest spreeken.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Och!
vinc001pefr02_01
gold
Buurman, had jy hem gekeerd, Ik had jou 'k weet niet wat vereerd.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Van een Kozyn, dat 's noch te lijen: Vermits de Vrouwtjens, in deez' tijen, Hoewel tot droefheid van veel Mans, Staâg zyn met and'ren aan den dans.
vinc001pefr02_01
gold
Toch jy bent van Acteons Jaagers, De Hoofdman van de Hoorendraagers.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Dat is tot daar en toe.
vinc001pefr02_01
gold
ik ken Niet anders weezen als ik ben.
vinc001pefr02_01
gold
Myn Wyf is mooi, en vry bekoorlyk; Doch doedze kwaad, 't is wel behoorlyk Dat zy de straf lyd, 't raakt my niet.
vinc001pefr02_01
gold
Maar 't geen my 't aldermeest verdriet, En schier onmoog'lyk valt te draagen, Is datze my zo brust met slagen, Dat al myn leden, door die pyn Geduurig als gerabraakt zyn.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Gebuur, jy hebt wel licht vernomen... Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ja, dat jy bent geweest na Romen.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Ho, ho, al ben ik niet heel oud, Ik heb al vry wat meêr beschouwd.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Hoe!
vinc001pefr02_01
gold
strekt de Waerelt dan noch varder?
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Wat benje een' onbedreven Harder!
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Wie, ik?
vinc001pefr02_01
gold
ik heb den Haag gezien, Het Hof, de Prins, en de Edelliên.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Dat is niet waerdig om te noemen, By 't geen men buitens 's lands mag roemen.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
O selleweeken!
vinc001pefr02_01
gold
ik moet gaan, Myn Wyf zou my te barste slaan.
vinc001pefr02_01
gold
Ik kom straks weêr.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Neen, blyf: gantsch lyden!
vinc001pefr02_01
gold
Myn reden zullen je verblyden.
vinc001pefr02_01
gold
Maar mits de tyd nu kort is, zal Ik niet verhaalen wat ik al Voor wond'ren zag in vreemde landen; Doch zynde in de Indische waranden, Wierd my vereerdt een stukjen houts, Geschat op zeven tonnen gouds; Maar een stuk houts van wond're krachten, Dat de allerbooste Vrouw verzachten, En goed kan maaken als m'er slaat, Al wasze ook als de Droes zo kwaad.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Het mogt de Duiker, dat 's wat zonders!
vinc001pefr02_01
gold
Maar de oorspronk van dit hout vol wonders?
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Komt van een Gchina Gchinaasboom, Geplant by een keiryke stroom, Door de allerkloekste der Gchineezen.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Bylo!
vinc001pefr02_01
gold
dat moet een Gaauwerd weezen, Indien dit hout zo deugdzaam is.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Zo maar jouw Wyfde smaak had, wis... Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ik wou wel dat zy 't eens mogt proeven: Maar dit maal durf ik niet vertoeven.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Blyf staan, zeg ik: want zo je wilt, Haar boozheid word wel haast gestilt.
vinc001pefr02_01
gold
Ik zweer jou, en het zal ook blyken, Dat zy haar zelf niet zal gelyken, Zo goed als zy zal worden, door De kracht van deeze wortel.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Hoor: Zou ik haar somtyds moogen zoenen, En by haar slaapen?
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Welk een Oenen!
vinc001pefr02_01
gold
Slaap jy niet by haar als 't jou lust?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Gantsch bloed, dan was ik wel gerust, Indien ik mogt die vreugde raapen.
vinc001pefr02_01
gold
Maar waar zou haar Kozyn dan slaapen?
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Hy slaape by de Droes voortaan.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Och!
vinc001pefr02_01
gold
daar zal zy nooit toe verstaan; Haar hert zou staâg weêr na hem jeuken.
vinc001pefr02_01
gold
Ouwekennis.
vinc001pefr02_01
gold
Je zult haar rug als Stokvis beuken, Dan zal zy, ziende haar verheerdt, Al doen wat jy van haar begeerdt.
vinc001pefr02_01
gold
Als zy boosaardig, en verbolgen.
vinc001pefr02_01
gold
Haar kwaâ gewoonte komt te volgen, En jou mishandeld, dan is 't tyd, Dat jy tot straffen vaerdig zyt.
vinc001pefr02_01
gold